Het bos


Appelbergen ligt op de Hondsrug. Het natuurgebied is ongeveer 40 ha groot en telt een veelheid aan landschappen: dicht en open bos, vliegdennen, heide, stuifzanden en moerassen wisselen elkaar af. Er komen verschillende bijzondere planten voor: Klokjesgentiaan, Wolverlei, en Gevlekte Orchis (orchidee). Het gebied is rijk aan reptielen, waaronder Adder, levendbarende hagedis en Ringslang. Onderweg kunt u ook konijnen, reeën, egels, vossen, dassen en reeën tegenkomen. Voor veel dieren en planten is het een prima plek om te groeien en te bloeien. Doordat de woeste gronden van Appelbergen nooit zijn ontgonnen, treft u hier nog stuifzandheuvels aan. 
 
Het voormalige militaire oefenterrein is momenteel grotendeels in bezit en beheer van Staatsbosbeheer. Op meerdere plaatsen in de Appelbergen komt het keileem dicht onder de oppervlakte voor. Als gevolg daarvan komen, hoewel hooggelegen op de Hondsrug, in de Appelbergen flinke vennen voor. Dwars door de Appelbergen loopt een zandweg: de Hoge Hereweg. Deze zandweg was ooit onderdeel van de belangrijkste verbinding van Groningen met Emmen en Coevorden. Qua verkeersverbinding vergelijkbaar met een huidige snelweg. De oude verkeersader liep hier over de hooggelegen Hondsrug en was dus ook in natte tijden vrij goed begaanbaar. Het intensieve verkeer met karren en koetsen veroorzaakte desondanks diepe sporen. Als de assen de grond raakten, werd de weg niet gerepareerd, maar ging men naast het oude spoor rijden. Ruimte genoeg. Zo werd een brede bundel van karrensporen gevormd waarbij de aanwezige vegetatie werd vermorzeld onder de wielen en paardenhoeven. Het zand kwam weerloos aan de oppervlakte te liggen. 
 
In een droog voorjaar kon het losse zand door de wind worden opgenomen en begon een proces dat op meerdere plaatsen nauwelijks nog te stuiten was. De uitgestoven kuilen vergrootten zich en het weggeblazen zand bedekte de omgeving. In de Appelbergen is op deze manier een flinke zandverstuiving ontstaan, die in de negentiende eeuw door het planten van grove dennen tot stilstand werd gedwongen. Van deze grove dennen zijn nog steeds exemplaren terug te vinden. Het stuifzand werd uit de droge hogere delen weggeblazen, maar bleef liggen in de natte lagere gedeelten. Ook dit is kenmerkend voor stuifzandgebieden: heuveltjes van nu zijn vaak de laagten van vóór de verstuiving, terwijl de dalen van nu oorspronkelijke hoogten waren. Wandelend door de stuifheuvels van de Appelbergen loopt u dus in een gebied waar het reliëf zich heeft omgekeerd. 
 
© 2017